Persbericht

24 oktober 2008

 

Vrijheidsbeneming van jongeren: ‘Nederland heeft wel wat uit te leggen’

 

De rechtspositie van jongeren in Nederlandse justitiële jeugdinrichtingen (jji’s) is juridisch over het algemeen goed geregeld. Toch dient men zich zorgen te maken over de vrijheidsbeneming van jongeren in Nederland. Het aantal jongeren in jji’s is in de laatste 25 jaar meer dan verviervoudigd. Nederland behoort tot de koplopers in Europa waar het gaat om opsluiting van jongeren. Dit concludeert Ton Liefaard in zijn proefschrift ‘Deprivation of Liberty of Children in Light of International Human Rights Law and Standards’ waarop hij maandag 27 oktober 2008 promoveert aan de juridische faculteit van de Vrije Universiteit te Amsterdam. De promotor is prof.mr. J.E. Doek.

 

Ook de wachtlijsten voor behandelinrichtingen voor jongeren zijn te lang. Volgens Liefaard zet dit de rechtmatigheid van hun vrijheidsbeneming ernstig onder druk. ‘In het licht van mensenrechtelijke verdragen zou de wachttermijn maximaal drie maanden moeten zijn.’ Inspectieorganen en de Algemene Rekenkamer lieten zich vorig jaar al kritisch uit over de veiligheid en het rendement van jji’s. ‘Qua wetgeving mag Nederland zijn zaakjes redelijk op orde hebben, de Nederlandse overheid heeft wel wat uit te leggen wanneer zij in januari 2009 weer voor het VN Comité voor de Rechten van het Kind moet verschijnen’, aldus Liefaard

 

Ton Liefaard heeft in zijn proefschrift de implicaties van internationale mensenrechtelijke verdragen en standaards voor vrijheidsbeneming van jongeren onderzocht en inzichtelijk gemaakt. Ook heeft hij vrijheidsbeneming van jongeren in Nederland getoetst aan het internationaal juridisch kader. Op grond van internationale recht dient Nederland uiterst terughoudend te zijn in het gebruik van alle vormen van vrijheidsbeneming en toepassing mag alleen voor de kortst passende duur. Tegelijkertijd heeft de overheid de verplichting de rechten van jongeren tijdens hun vrijheidsbeneming volledig te waarborgen. Beperking in de uitoefening van rechten mag alleen in uitzonderlijke omstandigheden en bovendien moet het belang van de jongere daarbij een eerste overweging vormen.

Liefaard doet concrete aanbevelingen aan het adres van de Nederlandse wetgever, het ministerie van Justitie en de jji’s ter verbetering van de Nederlandse wetgeving en praktijk.

 

Voor meer informatie zie www.rechten.vu.nl of www.vu.nl of www.ack.vu.nl 

 

Promotie: 27 oktober 2008, 13.45 uur, Aula, Vrije Universiteit Amsterdam

 

Ton Liefaard werkt momenteel als universitair docent bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht. Emailadres: t.liefaard@law.uu.nl